In een belangrijke juridische klap voor de handelsagenda van voormalig president Donald Trump heeft het United States Court of International Trade donderdag een beslissende uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelde dat de ingrijpende 10% wereldwijde tarieven, die sinds eind februari van kracht waren, onwettig waren ingevoerd.
De uitspraak volgde op een uitdaging door een groep kleine Amerikaanse bedrijven. Zij betoogden dat de tarieven een onjuiste poging van de regering waren om een baanbrekende uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2025 te omzeilen. Die eerdere uitspraak had tarieven vernietigd die Trump had opgelegd op grond van de International Emergency Economic Powers Act.
In zijn decreet van februari had de regering-Trump een beroep gedaan op Sectie 122 van de Trade Act van 1974. Deze specifieke bepaling staat de overheid toe om voor een periode van maximaal 150 dagen tarieven op te leggen. Het genoemde doel is het aanpakken van "ernstige betalingsbalanstekorten" of het voorkomen van een dreigende devaluatie van de Amerikaanse dollar.
Het panel van rechters van de rechtbank bereikte zijn conclusie met een 2-1 stemming. De meerderheid koos de kant van de kleine bedrijven en was het ermee eens dat de tarieven niet rechtmatig waren ingesteld. De afwijkende rechter gaf echter een tegenovergestelde mening, suggererend dat het voorbarig was om de bedrijven in dit stadium van het juridische proces een overwinning toe te kennen.
Deze uitspraak stopt effectief de inning van de brede tarieven die waren toegepast op invoer uit tal van landen. De juridische overwinning voor de kleine bedrijven onderstreept de voortdurende spanning tussen uitvoerende handelsmaatregelen en rechterlijk toezicht in de Verenigde Staten.
De zaak benadrukt het complexe juridische kader dat de internationale handel regelt en de specifieke grenzen die aan de presidentiële autoriteit zijn gesteld. Hoewel de president middelen heeft om handelsonevenwichtigheden aan te pakken, bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat deze middelen moeten worden gebruikt binnen de strikte grenzen van de bestaande wet.
Voor de bedrijven die de rechtszaak aanspanden, vertegenwoordigt de uitspraak een grote overwinning tegen wat zij zagen als een overschrijding van de uitvoerende macht. De beslissing stuurt een duidelijke boodschap over de grenzen van de tariefbevoegdheid onder de aangehaalde wet uit 1974.
Gebaseerd op berichtgeving van g1.