Xxgwise
PremiumInloggen
Nieuws

OESO-onderzoek koppelt dagelijkse schermtijd aan lagere

InternationaalNationaalBraziliëComoAnderlechtPortugalParaguayVerenigde StatenNederlandReading

Nieuw OESO-onderzoek in negen landen toont aan dat 5-jarigen die dagelijks telefoons en tablets gebruiken, lager scoren op wiskunde en woordenschat. In

Een groot internationaal onderzoek slaat alarm over schermtijd bij jonge kinderen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft onderzoek gepubliceerd naar digitaal gebruik bij kleuters in negen landen, waaronder Brazilië. De bevindingen schetsen een zorgwekkend beeld voor ouders en opvoeders wereldwijd.

De kernontdekking is eenvoudig: vijfjarige kinderen die dagelijks smartphones en tablets gebruiken, vertonen meetbaar lagere leerresultaten. Het onderzoek wijst specifiek op tekorten in twee kritieke gebieden: begrip van getallen en maten, en woordenschatverwerving. Dit is geen kleine statistische afwijking; de gegevens tonen een significante prestatiekloof.

In Brazilië lijkt de situatie bijzonder acuut. Het onderzoek, lokaal ondersteund door de Fundação Maria Cecilia Souto Vidigal, onderzocht kinderen in de staten Ceará, Pará en São Paulo. Het bleek dat maar liefst 50% van de Braziliaanse vijfjarigen elke dag elektronische apparaten gebruikt. Dit cijfer overtreft het gemiddelde van 46% in alle negen landen van het onderzoek. Ter vergelijking: Nederland rapporteerde een dagelijks gebruikspercentage van slechts 24%.

De academische impact is kwantificeerbaar. Volgens het onderzoek scoorden Braziliaanse kinderen die dagelijks apparaten gebruiken 11 punten lager op beoordelingen van numeriek begrip en 10 punten lager op woordenschattests in vergelijking met hun leeftijdsgenoten die niet dagelijks apparaten gebruiken. Op een internationale schaal bleef de wiskundeprestatie van Braziliaanse kinderen maar liefst 44 punten achter bij het gemiddelde van de andere deelnemende landen.

Deskundigen suggereren dat het probleem niet alleen de aanwezigheid van technologie is, maar hoe deze wordt gebruikt. De hypothese is dat tijd besteed aan schermen andere, meer ontwikkelingsgerichte activiteiten verdringt. Cruciaal is dat het onderzoek aangeeft dat het primaire gebruik van deze apparaten voor passief entertainment of 'ludieke activiteiten' is, niet voor gestructureerde educatieve doeleinden. Deze passieve consumptie interfereert rechtstreeks met leren en de algehele ontwikkeling van het kind.

Het onderzoek werpt ook licht op een gerelateerde culturele factor: leesgewoonten. In Brazilië meldt 53% van de gezinnen dat ze nooit of zelden lezen. Slechts 14% leest minstens drie keer per week voor aan hun kinderen. Dit staat in schril contrast met het internationale gemiddelde, waar 54% van de gezinnen regelmatig leessessies met hun kinderen heeft. Onderwijzers benadrukken dat lezen een routineactiviteit moet worden die in het thuis- en gezinsleven wordt geïntegreerd, niet alleen een schooloefening.

Als reactie hierop pionieren sommige instellingen met oplossingen. De Fundação Julita bijvoorbeeld hanteert een volledig schermvrije omgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van natuur en boeken. Om deze filosofie uit te breiden, hebben opvoeders 'reiskoffers' gemaakt gevuld met boeken en activiteiten voor gezinnen om thuis te gebruiken, met als doel schermtijd te vervangen door interactieve gezinsbetrokkenheid. Het doel is om kinderen actief van schermen weg te trekken en ouders te betrekken bij hun ontwikkelingstraject.

Dit OESO-rapport dient als een kritische wake-upcall. Het levert concreet bewijs dat de dagelijkse digitale gewoonten van de jongste kinderen meetbare gevolgen hebben voor hun basisvaardigheden in wiskunde en taal. De uitdaging ligt nu bij ouders, opvoeders en beleidsmakers om deze bevindingen om te zetten in uitvoerbare strategieën die de vroege kinderontwikkeling beschermen en bevorderen in een steeds digitalere wereld.

Gebaseerd op berichtgeving van g1.